Posts tonen met het label tienerouders. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tienerouders. Alle posts tonen
Actueel: Daling aantal Vlaamse tienermoeders in 2010

In 2010 kregen in Vlaanderen 1228 meisjes onder de 20 jaar een of meerdere kinderen. 9 moeders waren jonger dan 15 jaar, een kleine 300 waren minderjarig. Per 1000 meisjes tussen 15 en 20 jaar werden iets minder dan 7 meisjes moeder of: een op de 150 kreeg een kind. Deze cijfers liggen lager dan de cijfers van 2009. De daling situeert zich voornamelijk bij de 19-jarige meisjes. Dit blijkt uit een analyse van Marjolijn De Wilde (onderzoeker aan de Universiteit van Antwerpen – Centrum voor Sociaal Beleid  - CSB).

Deze analyse gaat over ouderschap in Vlaanderen. Tienerabortussen zijn niet inbegrepen (abortuscijfers voor 2010 zijn nog niet bekend), het gaat dus niet om tienerzwangerschappen. 

De bevallingscijfers (= aantal bevallingen per 1000 meisjes) onder Vlaamse tieners waren de voorbije jaren (2001-2009) stabiel tot licht dalend. In 2010 vond er echter voor het eerst sinds lang een eerder grote daling plaats. Met in 2010 6,8 bevallingen per 1000 meisjes tussen 15 en 20 jaar lag het bevallingscijfers in die leeftijdsgroep de voorbije 14 jaar nooit zo laag (-6% t.o.v. 2009). De daling is het sterkst bij de 19-jarigen. Op die leeftijd werden er bijna 100 meisjes minder moeder in 2010 dan in 2009. Dit betekent dat het bevallingscijfer op deze leeftijd daalt met 12%. Bij de 18-jarigen was er een lichte stijging, echter niet zo groot om te compenseren voor de daling bij de 19-jarigen. 

We kunnen hieruit twee conclusies trekken: enerzijds worden steeds minder tieners moeder. Er zijn nog geen abortuscijfers van 2010 bekend. Maar als we ervan uitgaan dat deze cijfers de trend van 2008 en 2009 volgen, namelijk stabilisatie, dan wordt de vermindering in het aantal tienerbevallingen niet gecompenseerd door een toename in het aantal tienerabortussen. Dit zou kunnen betekenen dat de tienerzwangerschappen in Vlaanderen algemeen dalend zijn.

Anderzijds waren zij die toch moeder worden in 2010 jonger dan de voorgaande jaren. Hieruit mogen echter geen algemene conclusies getrokken worden. De daling bij de 19-jarigen is verrassend en uniek. Er zijn geen aanwijzingen dat er een trend naar verdere verjonging is ingezet. De verhoudingen tussen de verschillende leeftijden blijven relatief stabiel. Alleen 2010 vormt een uitzondering.

Contactgegevens:
Marjolijn De Wilde – CSB – Universiteit Antwerpen
marjolijn.dewilde@ua.ac.be
03/265.53.85 – 0494/94.95.36

Bron: Cijfers SPE (Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie) op basis van het obstetrisch en perinataal dossier en het neonataal dossier


Op te vragen figuren:
Figuur 1: evolutie bevallingscijfer (=aantal bevallingen per 1000 meisjes) in het Vlaams Gewest voor meisjes tussen 15 en 19 jaar
Figuur 2: evolutie aantal bevallingen bij meisjes jonger dan 20 jaar (10-19 jaar) in het Vlaamse Gewest
Figuur 3: evolutie verdeling bevallingen bij meisjes jonger dan 20 jaar (10-19 jaar) over de verschillende leeftijden
Actueel: LEZINGENSESSIE 'TIENOUDERS: EEN GEVAL APART'

Ik neem hieronder de uitnodiging op voor een interessante lezingenavond, georganiseerd door UCSIA:
"Op donderdag 12 mei organiseert UCSIA een sessie rond Tienerouders: een geval apart? in het kader van de lezingenreeks Taboes in de marge van de zorg.

Tienerouders zijn niet weg te denken uit de media. De veelbekeken reeks Tienermoeders op vt4 is daar op dit moment het meest prominente voorbeeld van. Deze media-aandacht sluit aan bij een algemeen gedeeld aanvoelen dat tienerouders (-20 jaar) een groep apart zijn, dat hun levensweg (te?) sterk afwijkt van wat wij in het Westen ‘normaal’ achten. Toch zijn er in België weinig beleidsinitiatieven die specifiek gericht zijn op tienerouders. Bevoegde beleidsmakers geven ter verantwoording aan dat de noden en problematieken van tienerouders niet afwijken van deze van andere ouders en meer specifiek andere kwetsbare ouders. Toch duiden initiatieven uit de welzijnssector en het onderwijs op de nood aan specifieke ondersteuning.

De avond start met twee lezingen door Marjolijn De Wilde (Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, UA) en Willy Cockx (Centrum voor Integrale Gezinszorg De Merode, Kasterlee).

Tot slot modereert Joris Ghysels een paneldebat met Katleen Alen (Centrum Relatievorming en Zwangerschapsproblemen ), Katrien Bressers (Vlaams Verbond Katholiek Secundair Onderwijs), Petra Dombrecht (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten) en Lieve Saerens (Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning Mechelen).

Meer informatie vindt u in de eBrochure en op onze website.

De lezing vindt plaats op donderdag 12 mei 2011 van 17.00u tot 19.00u in de Promotiezaal van de Grauwzusters, Lange Sint-Annastraat 7, 2000 Antwerpen. Deelname is gratis, maar we vragen u om voor vrijdag 6 mei in te schrijven met het online inschrijvingsformulier."
Actueel: CONTACT VAN VOLWASSENEN MET TIENEROUDERS

Vorige week werd ik geïnterviewd door Ann-Marie Cordia, een journaliste van Goedele magazine. Een aangenaam gesprek dat zoals ik later via een draft kon constateren uitgebreid en nauw aansluitend bij wat ik had gezegd, werd uitgeschreven. Toch bleef er iets door mijn hoofd spoken. Ik had het met haar over de begeleiding van tienerouders. Zoals altijd riep ik op om tienerouders met respect tegemoet te treden. Het blijkt echter moeilijk om uit te leggen wat ik daar juist mee bedoel.
Er verandert iets aan onze houding, aan de vragen die we stellen, aan de dingen waar we de nadruk op leggen, aan de verhalen waar we op inpikken en deze waarbij we dat niet doen als we met tienerouders praten.
Tot ik aan mijn vader dacht... Op zijn werk wordt hij regelmatig aangesproken op iets dat als voorbeeld kan dienen voor wat vaak gebeurt als we tegenover een tienermoeder staan. Mijn papa is hoofdboekhouder. Hij moet regelmatig bellen met mensen. Zijn collega's weten meteen of hij een man of een vrouw aan de lijn heeft. Zogauw hij met een vrouw spreekt, gebeurt er iets met zijn stem, zijn toon, het verloop van het gesprek. Hij spreekt langzamer, vloeiender, hoger. Zelf is hij zich hier niet bewust van en slechts met zeer veel concentratie kan hij deze omschakeling "afzetten".

Iets gelijkaardigs zie ik vaak gebeuren als volwassenen met tienermoeders praten. Er verandert iets aan hun houding, aan de vragen die ze stellen, aan de dingen waar ze de nadruk op leggen, aan de verhalen waar ze op inpikken en deze waarbij ze dat niet doen. Het gaat automatisch. Het is een reflex (ook bij mezelf) die slechts met grote concentratie af te zetten is. Het is geen teken van slechte wil of van veroordeling, wel een internalisering van een algemeen denken over tienerouders. In dat algemene denken worden tienerouders voorgesteld als hulpbehoevende jongeren.

De journaliste van Goedele magazine vertelde me wat ze in een ander gesprek had vernomen. In een centrum waar moeders dag en nacht worden opgevangen hebben de begeleiders ervoor gekozen om de tienermoeders apart te houden van de andere moeders. Dit doen ze omdat de andere moeders de neiging hebben om de tienermama's te bemoederen. Ze zitten allemaal in hetzelfde schuitje, zou je denken, ze hebben allemaal problemen op het thuisfront, met het opvoeden van hun kind(eren), want daarom verblijven ze tijdelijk in een instelling. Niet dus. Ook daar worden de tienermoeders vooral als tiener benaderd en minder als gelijkwaardige moeder.

Ik heb de indruk dat weinigen van ons ontsnappen aan een - vaak onbewust - problematiserende omgang met tienerouders. Het valt dan ook niet te verwonderen dat het water tussen vele tienerouders en de buitenwereld diep blijft. De jonge mama's kunnen er de vinger niet op leggen. Ze worden niet echt veroordeeld of berispt. Toch laat hun contact met volwassen niet zelden een gevoel van onbehagen na.
Actueel: FINANCIËLE TEGEMOETKOMINGEN VOOR TIENEROUDERS

'Hoe komen ze in Godsnaam rond?' is een vraag die velen zich stellen over tienerouders. Uit de masterthesis van Anneleen Malcorps, onder begeleiding van professor Thérèse Jacobs en mijzelf, blijkt dat ongeveer 45% van de tienermoeders in België beroep doet op een leefloon. In Vlaanderen is dat slechts 28%. Andere bronnen van inkomsten, niet verbonden aan arbeid van de moeder, haar partner of ouders, zijn de kinderbijslag en een aantal specifieke premies, zoals een tussenkomst in eersteleeftijdsmelk. In tegenstelling tot in landen als Nederland en Groot-Brittannië bestaan er in België geen specifieke premies of verhogingen van de kinderbijslag voor tienerouders of studerende ouders.

45% van de Belgische tienerouders is leefloongerechtigd

Malcorps zond alle OCMW's in de provincie Antwerpen een uitgebreide vragenlijst toe. Uit de antwoorden blijkt dat geen enkel OCMW een specifiek beleid heeft inzake tienerouderschap. De sociale werkers beschouwen elke tienerouder als een afzonderlijk individu waarmee een persoonlijk traject wordt uitgetekend. De meeste OCMW-medewerkers vinden specifieke regelgeving niet noodzakelijk. Tienerouders kunnen volgens hen afdoend begeleid worden aan de hand van de bestaande wetgeving. Wel ervaren velen het vinden en het bekostigen van kinderopvang als een pijnpunt en sommige bepleiten hiervoor een financiële tussenkomst specifiek voor tienerouders.
Niet alle OCMW-medewerkers hanteren dezelfde uitgangspunten voor het toekennen van het leefloon of andere hulp aan tienermoeders. Vooral wanneer een tienermoeder inwoont bij haar ouders en deze een inkomen hebben, is het onmogelijk op voorhand te zeggen of haar een leefloon uitgekeerd zal worden. Dit blijkt gemeente-afhankelijk. Om een leefloon te krijgen, dient de aanvrager volgens de wet bereid zijn te werken. Vele OCMW's springen hier laks mee om als het een tienermoeder betreft, vooral als ze studeert, zelf nog jong is of haar kind nog klein is. Maar ook inzake deze toepassing van de wet tekent zich geen algemene lijn af.

Malcorps deed naast de bevraging van de OCMW's 3 interviews met hulpverleners die veel werken met tienermoeders (CIG, BZW). Hun meningen over de nood aan specifieke regelgeving zijn verdeeld. De CIG-medewerker die, mijns inziens, het meeste ervaring heeft met de doelgroep, klaagt het verschil in de toepassing van de wet inzake het leefloon aan. Hij pleit onomwonden voor verduidelijking van bovenaf en voor specifieke budgetten voor tienerouders in financiële nood.

Wat opvalt in het onderzoek is het relatief grote aandeel tienermoeders dat bijstandsafhankelijk is. Bijna de helft van de tienermoeders in België heeft geen -volgens de OCMW's- toereikend inkomen ter beschikking, verkregen uit eigen arbeid of uit arbeid van haar partner of ouders. In Vlaanderen is deze leefloonafhankelijke groep opmerkelijk kleiner. Het is niet uit te maken of dit te maken heeft met het beleid van de OCMW's, met de vraagbereidheid van de tienermoeders of met de meer precaire leefsituatie van tienermoeders in Brussel en Wallonië.
Verder blijft de vraag of er een specifieke wetgeving voor tienermoeders nodig is open. De meningen verschillen naar gelang gesproken wordt met personen verantwoordelijk voor het toekennen van leeflonen of met personen met veel ervaring met tienermoeders. Het kan volgens mij geen kwaad ons licht hieromtrent op te steken in het buitenland. Daar bestaan specifieke budgetten en regelingen. Een evaluatie daarvan kan interessant zijn voor het Belgische beleid. Daarnaast kan een bevraging onder tienerouders duidelijkheid verschaffen over de noden die zij ervaren of ervaren hebben en over het al dan niet specifieke karakter van hun situatie.
Actueel: RAPPORT SOCIO-DEMOGRAFISCHE KENMERKEN TIENEROUDERS IN VLAANDEREN

Vandaag verschijnt het onderzoeksrapport 'Socio-Demografische kenmerken van tienerouders in Vlaanderen' van het CSB. Hieronder een samenvatting van het opzet en de resultaten van het onderzoek.

Methodologie. Dit rapport is de weerslag van het eerste onderzoek naar socio-demografische kenmerken van tienerouders in Vlaanderen. Als bronnen gebruikte ik selecties uit twee gegevensdatabanken, met name de geboorteregistraties van kinderen tussen 2002 en 2006 in Vlaanderen geboren bij een moeder jonger dan 20 jaar (SPE - Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie) en de elektronische registraties van kenmerken van kinderen van moeders jonger dan 20 jaar, geboren en/of wonend in Vlaanderen, door regioteamleden van Kind & Gezin in dezelfde tijdsspanne (Ikaros-databank). Onderzochte moederlijke en vaderlijke parameters zijn: leeftijd, nationaliteit, beroepsstatus, diploma, burgerlijke staat en preventieve gezondheidszorg door Kind & Gezin.

De eerste demografische kenmerkenanalyse over tienermoeders in Vlaanderen bevestigt de vermoedens: de meesten zijn meerderjarig en laaggeschoold en een grote groep is allochtoon

Resultaten. Ongeveer 80% van de moeders blijkt ouder dan 18 jaar. 30% is buitenlands van oorsprong, voornamelijk Turks of Oost-Europees. Slechts een kleine meerderheid van de minderjarige moeders noemt zichzelf student. Bij de meerderjarige moeders is dat 10%. Meer dan 70% van deze meerderjarigen is niet actief (werkloos of zonder beroep). Van de niet schoolplichtige moeders heeft ongeveer de helft een diploma hoger middelbaar. Een derde heeft een diploma lager middelbaar en een goeie 10% is lager geschoold. Meer dan 60% van de diploma’s hoger middelbaar zijn beroepsdiploma’s. 3/4e van de moeders zijn ongehuwd. Zowel qua beroepsstatus, diploma als burgerlijke staat wijken de tienermoeders af van hun leeftijdsgenoten: hun beroepsstatus en diploma is lager en ze zijn vaker getrouwd. Het mediane aantal huisbezoeken door regioteamleden van Kind & Gezin ligt rond het streefdoel (3à4), het mediane aantal consultaties bij regiohuizen van Kind & Gezin ligt iets lager dan het streefdoel, nl. 9 in plaats van 10 à 11. Van 20% van de vaders van de bestudeerde kinderen zijn geen gegevens bekend. De andere vaders zijn gemiddeld 5 jaar ouder dan de moeder. Eén derde van hen is allochtoon van oorsprong, ze zijn meestal actief (73%) en hebben meestal een diploma hoger middelbaar (57%).

Conclusies. De profielen van de tienermoeders zijn sterk verschillend wanneer rekening gehouden wordt met de nationaliteit van oorsprong. De Oost-Europese moeders zijn vaker jong, laag geschoold, niet actief en hebben geen contact met de vader van hun kind. Noord Afrikaanse moeders en meisjes uit het Midden Oosten zijn ouder en in bijna 90% van de gevallen gehuwd. Ze bevinden zich vaak in een traditioneel rollenpatroon waarbij de vader werkt en de moeder laaggeschoold is en geen beroep heeft. De Belgische meisjes zijn redelijk vaak jong, maar hebben de beste diploma’s en zijn het vaakst actief of studerend. Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat lage scholing en nationaliteit voorspellende factoren zijn voor jong moederschap. Het is aan de hand van deze studie niet te bepalen of moederschap ook gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het socio-demografische profiel van jonge vrouwen (en hun kinderen en partners).

Aanbevelingen. Leerlingen uit het beroepsonderwijs en Oost-Europese tieners blijken twee doelgroepen waarvoor een aangepaste preventie en begeleiding dient voorzien te worden. Middelbare en hoge scholen kunnen hun drempel laag houden voor adolescente moeders door een stappenplan ‘tienerzwangerschap’ uit te werken en door het oprichten van tienermoedervriendelijke crèches in de buurt van risicoscholen te stimuleren. De overheid kan voor studerende moeders het recht op bevallingsrust invoeren en diensten als Kind & Gezin, de VDAB of instanties voor tweede kans onderwijs lijken baat te hebben bij een doelgroepenbeleid en/of specifieke vormingen voor hun medewerkers.

Het rapport is te lezen via www.centrumvoorsociaalbeleid.be of op te vragen via marjolijn.dewilde@ua.ac.be
Actueel: TIENEROUDERS IN DE PERS

Tot twee maal toe haalden tienerouders het nieuws de afgelopen week. Er was de Britse vader van 13 jaar, die zowel in zijn, als ons land grote verontwaardiging uitlokte. Dit vooral omdat hij evengoed 9 of 10 jaar had kunnen zijn. In België zijn er geen gevallen bekend van zulke jonge vaders. Doorgaans is een (tiener)vader een tweetal jaar ouder dan zijn partner en de meisjes die voor hun 15e zwanger worden zijn erg zeldzaam (18 in 2007).

Tevens vorige week pleitte Johnathan Porritt, een vooraanstaand milieuadviseur van de Britse regering, voor maximaal 2 kinderen per gezin. Door meer kinderen te krijgen dragen we volgens hem bij aan de overbevolking die een bedreiging is voor het leefmilieu en in extremis voor het voortbestaan van de mens. In één adem verwees Porritt naar het probleem 'tienerouderschap' in Groot-Brittannië. Hoe vroeger jongeren kinderen krijgen, hoe meer ze er krijgen, is zijn oordeel. Hij pleitte voor betere voorlichting over contraceptiva en over abortus.
Het heeft er alle schijn van dat men tienerouders tot zondebokken maakt.
Beide items lokken heftige reacties uit.
Met betrekking tot Alfie bepalen de begrippen 'verantwoordelijkheid' en 'klassenstrijd' de teneur. Enerzijds laat men zich negatief uit over ouders die zulke jonge kinderen met elkaar laten slapen. Men meent dat de onverantwoordelijkheid en het profiteren van de maatschappij (staatsafhankelijkheid door vroeg ouderschap) wordt doorgegeven van generatie op generatie. Enkel een aangepaste voorlichting zou redding kunnen brengen.
Aan de andere kant van het spectrum wordt de problematiek verbonden met een algemeen maatschappelijk probleem. Jongeren die geen hoog gewaardeerde toekomst voor zich zien, creëren zichzelf een toekomst. Ze krijgen een kind of kiezen ervoor om een onverwachte zwangerschap niet te stoppen en geven zo zin aan hun leven. Vanuit deze opinie is jong ouderschap een symptoom van een ruimer probleem, namelijk het opmerkelijk grote klassenverschil in Groot-Brittannië.
In principe weerklinkt hier een aloude discussie. Wie treft schuld: het individu of de maatschappij en wat is het antwoord: straffen en opvoeden of ontschuldigen en structureel veranderen? Zelf pleit ik voor een middenweg, omdat beide opinies in hun extremiteit paternalistisch zijn. De enen zijn er op uit om hun eigen levensvisie en wijze, die getuigt van verantwoordelijkheidszin, via opvoedingsprogramma's te verspreiden onder de achtergestelden. De anderen ontschuldigen zo sterk dat een individu elk vermogen tot persoonlijke verandering wordt ontzegd. Ergens daartussenin ligt een benaderingswijze die weinigen gegeven is. Ze combineert een niet veroordelende openheid voor verschillende levensstijlen, met oprechte verontwaardiging over wantoestanden. Zulke verontwaardiging leidt tot individuele zowel als maatschappelijke claimen.


Bij het pleidooi van Porritt zijn de reacties even tegengesteld, zij het op een andere curve. Conservatieve groeperingen verdenken Porritt van een beweging naar het Chinese model, waar een 1 kind-politiek gevoerd wordt. Mijns inziens pleit de man echter nergens expliciet voor zulke politiek en lanceert hij vooral een oproep, die ik niet misplaatst vind. Overbevolking is een probleem, waarvoor we onze verantwoordelijkheid inderdaad dienen op te nemen.

Toch volg ik zijn redenering niet volkomen. Vrouwen krijgen in de meeste West-Europese landen nu al gemiddeld minder dan twee kinderen. Dat de Westerse bevolking toch aangroeit heeft vooral te maken met migratie en met de huidige bevolkingsstructuur. Zo sterven we op steeds latere leeftijd, waardoor het netto bevolkingsaantal groeit. Daarnaast ervaren we nog enigszins de late gevolgen van de babyboom in de jaren '50. Er zijn veel vrouwen op vruchtbare leeftijd zodat, zelfs als deze vrouwen maar twee kinderen krijgen, de bevolking blijft aangroeien.

Ten slotte houdt zijn verwijzing naar tienerouderschap als boosdoener weinig steek. Uit de meeste onderzoeken blijkt inderdaad dat tienermoeders gemiddeld meer kinderen krijgen dan leeftijdsgenoten die op oudere leeftijd hun eerste kind krijgen. Probleem met de meeste van deze onderzoeken is dat de moeders ondervraagd worden rond de leeftijd van 30 jaar. De gezinnen van moeders die na hun 20ste hun eerste kind kregen zijn heel vaak nog niet voltooid op hun 30ste. Het is vooralsnog niet duidelijk of tienermoeders nog steeds zouden voorlopen op leeftijdsgenoten als ze opnieuw ondervraagd worden op hun 40ste. Sommige onderzoekers vermoeden dat de pariteit bij tienermoeders even hoog ligt als bij vrouwen uit een gelijkaardige sociaal-economische klasse.

In beide nieuwsberichten wijst men met een beschuldigende vinger naar (ouders van) tienerouders. Zonder te ontkennen dat de levensomstandigheden (voor de kinderen) van tienerouders niet zelden ondermaats zijn, wil ik waarschuwen voor het creëren van een zondebok. De meeste mensen vinden minderjarig ouderschap zo vreemd of ongepast, dat ze het koppelen van problemen aan deze bevolkingsgroep slikken als zoete broodjes. We weten echter al langer dat eenvoudige verklaringen én oplossingen voor problemen meestal verdacht zijn.
WETTEN MINDERJARIGEN EN REPRODUCTIEVE GEZONDHEID

Het Guttmacher Institute gaf begin januari een overzicht vrij van de wetten over de reproductieve gezondheid van minderjarigen in Amerika. De onderwerpen die ons interesseren zijn abortus, prenatale zorg en de rechten als ouder van minderjarigen. Het valt onmiddellijk op dat de wetgeving in Amerika sterk verschilt van deze in België.
Amerika heeft specifieke wetten over minderjarigen en zwangerschap. België niet.
Zo eisen 34 van de 50 Amerikaanse staten dat ten minste één van de ouders betrokken is bij de keuze voor een abortus van een minderjarige. Dit kan door toestemming te geven of door op de hoogte te zijn of beide. Eventueel kan een jongere ook toestemming krijgen via de rechtbank of via een grootouder. Tevens zijn er situaties waarbij de procedure via de ouders niet gevolgd moet worden, zoals een medische noodzaak of geweldpleging. Slechts 15 staten hebben, net zoals België, geen bepalingen in verband met de ouders van minderjarigen opgenomen in de abortuswet. In België kan een minderjarige dus vrij van elke goedkeuring van derden tot een abortus overgaan.

In de meeste staten worden alle minderjarigen in Amerika, zonder verdere vereisten, expliciet toegelaten tot de prenatale zorg. Soms is deze toelating afhankelijk van de leeftijd, andere keren van de maturiteit van de jongere. 15 staten hebben, zoals België, geen specifieke bepalingen hierover. In België valt prenatale zorg bij minderjarigen onder artikel 12, van de Wet betreffende de rechten van de patiënt van 2002. De ouder van een minderjarige is verantwoordelijk voor de gezondheid van de jongere.

Voor de keuze voor abortus worden de meeste minderjarigen in Amerika afhankelijk gesteld van hun ouders. In het ouderschap is dat veel minder het geval. Slechts in 10 staten mogen tienerouders niet zelf beslissen over een adoptie van hun kind. Meestal krijgen ze daar expliciet de toelating voor. Andere keren zijn er geen expliciete bepalingen, net zoals in België. In België zijn er vereisten inzake leeftijd voor de adoptieouders, maar niet voor de afstandsouders.
In België is een ouder verantwoordelijk voor de medische zorgen van een minderjarig kind (zie hierboven). Over de medische zorgen voor het kind van die minderjarige is er niets opgenomen in de patiëntenwet. In Amerika zijn er 30 staten die expliciet stellen dat een minderjarige kan beslissen over de gezondheidsvoorzieningen voor haar of zijn eigen kind.

De verschillen tussen Amerika en België zijn voornamelijk ingegeven door een andere gevoeligheid voor tienzwangerschap en -ouderschap. In Amerika liggen de zwangerschapscijfers erg hoog en is het taboe betreffende jongeren en seksualiteit groter dan in België. Ex-president Clinton zag de preventie van tienerzwangerschap als één van de hoofddoelen van zijn beleid.
Het volledig ontbreken van elke Belgische wetgeving met betrekking tot minderjarigen en dit deel van de reproductieve gezondheid is echter een lacune. Het kan nuttig zijn om te onderzoeken of dit gebrek voor moeilijkheden zorgt in de praktijk.

Literatuur:
  • Guttmacher Institute (2009). Minors' Access to Prenatal Care. Policy in Brief.
  • Guttmacher Institute (2009). Minors' Rights as Parents. Policy in Brief.
  • Guttmacher Institute (2009). Parental Involvement in Minors' Abortions. Policy in Brief.

Algemene informatie tienerzwangerschap

  • Enkele cijfers
  • Gepland of ongepland
  • Abortus of ouderschap
  • Gevolgen
  • Begeleiding
  • Top 5 literatuur tienerzwangerschap
  • Links binnenland
  • Links buitenland
  • Archief 'actueel'

Enkele cijfers (uitgebreidere cijferreeksen op te vragen)

In 2007 bevielen in België 2837 meisjes jonger dan 20 jaar. 2708 tieners lieten een abortus uitvoeren. In 2007 waren er dus 5545 tienerzwangerschappen bekend. Daarbij dient nog een klein percentage miskramen gerekend te worden.
Als we deze cijfers vergelijken met het aantal meisjes tussen 10 en 20 in België dan werden in 2007 5 op de 1000 meisjes moeder, 4 op de 1000 meisjes maakten een abortus mee en 9 op de 1000 meisjes werden zwanger. De voorbije 11 jaar fluctueert het zwangerschapscijfer tussen de 8 en de 9. In 2007 werd, op 2000 en 2001 na, het hoogste zwangerschapscijfer genoteerd.
Er zijn sterke gewestelijke verschillen. In Vlaanderen worden 7 per 1000 meisjes zwanger, in Wallonië 10 en in het Brussels hoofdstedelijk gewest 19. In Vlaanderen kiezen tieners vaker voor het moederschap dan voor abortus. In Brussel is dat net omgekeerd en in Wallonië kiezen ze ongeveer even vaak voor geboorte als voor abortus.
Hoe ouder een meisje, hoe meer kans zij heeft op een zwangerschap. Minderjarige meisjes hebben 4 duizendste kans om zwanger te worden. Meerderjarige meisjes daarentegen 29 duizendste. Hoe ouder de zwangere meisjes zijn hoe groter ook de kans dat zij hun zwangerschap uitdragen.
Het bevallingscijfer en het abortuscijfer evolueren elk jaar meer naar elkaar toe. In 1996 eindigden slechts 1 op de 3 van de zwangerschappen in een abortus, nu is dat bijna de helft.
Deze cijfers zijn gebaseerd op cijfers verkregen van het SPE, het ONE en het observatorium voor Gezondheid en Welzijn, op rapporten van de evaluatiecommisie inzake de abortuswet van 1990 en op bevolkingscijfers van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (vroegere NIS).
Uitgebreidere analyses of uitleg kunnen opgevraagd worden.

Gepland of ongepland

Over de oorzaken van tienerzwangerschap is veel discussie. Er is een verschil tussen ongeplande zwangerschappen en (semi-)geplande zwangerschappen. Ongeplande zwangerschappen kunnen het gevolg zijn van het niet gebruiken van anticonceptie door beperkte kennis, door een gevoel van persoonlijke onfeilbaarheid wat een zwangerschap betreft, door communicatiemoeilijkheden over anticonceptie met de partner, door vooroordelen ten opzichte van bepaalde anticonceptiva of gedwongen (onveilige) seks. Ook kan anticonceptie fout gebruikt worden of falen. Ten slotte kan een jongere nonchalant zijn in het gebruik van anticonceptie omdat hij of zij het eigen risico op zwangerschap moeilijk kan inschatten of omdat hij of zij geen regelmaat vindt in het plannen van het eigen leven en het gebruiken van anticonceptie. Vanzelfsprekend is deze lijst niet exhaustief.
Een semigeplande tienerzwangerschap is een zwangerschap van een tiener die het niet als een prioriteit ziet om een zwangerschap te voorkomen. Een geplande zwangerschap is een zwangerschap waarnaar sterk verlangd wordt door de tiener. Men schat dat ongeveer een derde van de tieners die ervoor kiezen om hun zwangerschap uit te dragen (semi)gepland zwanger werd. Het betreft hier voornamelijk oudere tieners, met een partner en zonder duidelijke toekomstplanning.

Abortus of ouderschap

Er is een opmerkelijk verschil in de karakteristieken van meisjes die voor abortus en die voor het uitdragen van de zwangerschap kiezen. Meisjes die voor het ouderschap kiezen zijn ouder, armer, lager geschoold, staan negatiever ten opzichte van abortus en kennen anderen in hun familie of kennissenkring die vroeg moeder werden. Het lijkt erop dat voor hen een kind minder een obstakel vormt voor het uitbouwen van de eigen toekomst. Toch mag de keuze voor het kind niet als een negatieve keuze gezien worden, bij de meeste jonge moeders is de positieve keuze voor een kind sterker dan het vlucht- of compensatiemotief dat vaak vermoed wordt bij jonge ouders.

Gevolgen

Ook over de gevolgen van zowel abortus als ouderschap is veel onduidelijkheid. De meeste onderzoekers en begeleiders vermoeden dat negatieve ervaringen van tienerouders meer te maken hebben met de achtergrond van de tiener (armoede, opleiding, sociale vaardigheden, persoonlijke problematiek), dan met het ouderschap zelf. Enkel als een tiener erg jong is, zal het beperkte ontwikkelingsniveau de binding met het eigen kind bepalen.
Er is weinig onderzoek naar de gevolgen van abortus bij tieners. We vermoeden dat ongeveer 1/4e nadien moeite heeft met de abortus. Dit gaat van af en toe een neerslachtige bui of woedeaanval tot zware trauma-ervaringen en rouwverwerking. In hoeverre verwerkingsproblemen bepaald worden door de abortus, de omstandigheden van de abortus of factoren los van de abortus is niet duidelijk. Opvallend is dat vele tieners, die al niet van bij de start een vertrouwenspersoon hebben, pas in hun volwassenheid of bij een nieuwe zwangerschap over de abortus praten.

Begeleiding

Weinig meisjes zoeken na een abortus hulp. Vaak hebben zij genoeg aan een persoon die hen de ruimte geeft om zo veel als zij willen stil te staan bij hun voorbije ervaringen. Als er meer nodig is, kunnen meisjes terecht bij het cRZ.
Ook tienerouders zoeken niet vaak hulp. Zij trekken hun plan. Het ouderschap lijkt een verantwoordelijkheidsgevoel op te roepen dat hen een extra stimulans geeft om hun leven op orde te houden. Tevens kunnen de meeste tienermoeders rekenen op een ruim ondersteuningsnetwerk (ouders, familie, vrienden). Ten slotte kan het zijn dat de mama’s zich sterker voordoen dan ze zijn omdat ze het gevoel hebben dat ze zich moeten bewijzen. Meisjes die wel hulp zoeken, hebben meestal zeer concrete vragen. Een overzicht van organisaties die tienerouders ondersteunen is te vinden in het vademecum ongeplande zwangerschap van het cRZ.

Literatuur tienerzwangerschap (uitgebreidere thematische bibliografie op te vragen)

  • Berthoud, R., Robson, K. (2001). The Outcomes of Teenage Motherhood in Europe. Innocenti Working Papers. Report: WP-86. 72pp. Jul 2001.
  • Furstenberg, F. F. (2007). Destinies of the Disadvantaged: The Politics of Teenage Childbearing (p. 203). Russell Sage Foundation Publications.
  • Kane, R., Wellings, K. (1999). Reducing the Rate of Teenage Conceptions. An International Review of the Evidence: Data from Europe. London: Health Education Authority.
  • Kirby, D. (2002). Effective approaches to reducing adolescent unprotected sex, pregnancy, and childbearing. Journal of Sex Research, 39(1), 51-7.
  • Moore, M.R., Brooks-Gunn, J. (2002). Adolescent Parenthood. In M.H. Bornstein (ed.), Handbook of parenting Second Edition: Vol. 3. Being and Becoming a Parent. Mahwah: Lawrence Erlbaum Associates, p. 173-214.
  • van Berlo, W, Wijsen, C., Vanwesenbeeck, I. (2005). Gebrek aan regie. Een kwalitatief onderzoek naar de achtergronden van tienerzwangerschappen. Utrecht: Rutgers Nisso Groep.