Posts tonen met het label abortus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label abortus. Alle posts tonen
Actueel: LEIDEN DURE ABORTUSSEN NAAR MINDER TIENERZWANGERSCHAPPEN?

Het laten uitvoeren van een abortus is in België quasi gratis. Tevens heeft een vrouw of meisje het volledige beslissingsrecht over de ingreep en de methode van de ingreep. Ze heeft geen toestemming nodig van haar ouders of partner. Wel is het zo dat er tussen het eerste gesprek met de hulpverlener en dokter in een abortuscentrum of -ziekenhuis en de eigenlijke ingreep zes dagen tijd moeten liggen. Deze lage drempel tot abortus in België heeft zijn voor- en tegenstanders. Zo vinden sommigen dat de kostprijs laag moet blijven, om te voorkomen dat arme vrouwen verplicht worden een kind ter wereld te brengen waar zijn niet naar verlangen of voor kunnen zorgen. Anderen menen dat de mate van restrictiviteit van de abortuswetgeving een invloed heeft op het seksuele risicogedrag van tieners. Zij zouden zich minder genoodzaakt voelen om een zwangerschap te voorkomen wanneer abortus vrij beschikbaar is. Medoff (2010) test in Social Indicators Research deze hypothese voor wat betreft de tieners in de Verenigde Staten.

In gebieden waar abortus duur is, worden minder tieners zwanger. Maar we weten niets over de illegale abortussen aldaar.

De hypothese is gebaseerd op de rational choice theory die er van uitgaat dat mensen (tieners inbegrepen) nastreven wat hen goed uitkomt en alles vermijden wat negatieve effecten zou kunnen hebben. Onderzoekers uit de sociale wetenschappen staan meestal kritisch tegenover dit puur economische denken. Zij beweren dat jongeren vaak niet op de hoogte zijn van de gevolgen van de daden die ze stellen of van de alternatieven voor deze daden. Het antwoord van Medoff op deze scepsis blijft voor mij redelijk onduidelijk: "While it may be doubtful that teens have complete information about the benefits and costs of every option, they may still act as if they were comparing the costs and benefits of different courses of actions." Aanvullend stelt hij dat er meerdere invloeden spelen dan enkel dit rationeel keuzes maken, zonder dat daarmee de geldigheid van de rational choice theory als onafhankelijke variabele opgeheven wordt.

Medoff vergelijkt de abortuswetgevingen van verschillende staten in Amerika met de tienerzwangerschapscijfers op drie verschillende momenten, nl. 1982, 1992 en 2000. De mate van restrictiviteit van de wetgeving wordt bepaald door vijf elementen: 1. de prijs van de abortus, 2. de terugbetaling van abortus bij arme mensen, 3. de plicht om de ouders te betrekken bij de (keuze voor) abortus, 4. de verplichte wachttijd tussen eerste gesprek en ingreep en 5. het bestaan van een formule van informed consent. De staten zijn echter niet zomaar vergelijkbaar met elkaar. Hun inwoners hebben bijvoorbeeld andere socio-economische kenmerken en ze voeren een ander sociaal beleid. De auteur tracht deze verschillen te minimaliseren in zijn onderzoeks-model. Tevens houdt hij rekening met een verschil in moraal omtrent abortus in de verschillende staten.

De resultaten van het onderzoek geven aan dat de prijs van een abortus en het al dan niet terugbetalen van de ingreep aan arme mensen negatief gecorreleerd zijn met de tienerzwangerschapscijfers. Hoe sterker de prijs verhoogt wordt, hoe kleiner de kans is dat tieners zwanger worden. De verplichting om de ouders bij het beslissingsproces te betrekken en de verplichte wachttijd blijken niet zo'n groot effect te hebben.

De auteur geeft toe dat hij niet kan uitsluiten dat de verstrengde wetgeving samengaat met andere factoren die de zwangerschapscijfers evengoed of nog sterker beïnvloeden. Eén tekortkoming van zijn onderzoek ziet Medoff echter over het hoofd. De kans is groot dat vrouwen, in staten waar de prijs van een abortus stijgt, er (opnieuw) voor kiezen om de gewenste abortus illegaal te laten uitvoeren. De kennis over de prevalentie van illegale abortussen is miniem tot onbestaand. Dit betekent dat het interpreteren van de invloed van de abortuswetgeving op de abortusgebruiken afhankelijk is van de bril waarmee je naar de realiteit kijkt. Veronderstel je dat vrouwen (en hun partners) zich in hun seksuele handelingen laten afschrikken door de prijs van een abortus of ga je ervan uit dat een tiener die haar zwangerschap als ongewenst beleeft haar weg naar een abortus wel vindt, ook als de officiële weg onbetaalbaar is voor haar?...
Actueel: SCHOLING EN LOON TIENERMOEDERS

Hoe onderzoek je of tienermoederschap een effect heeft op de verdere ontwikkeling van jonge vrouwen? Deze vraag houdt vele vooraanstaande sociologen bezig. In het artikel van Fletcher en Wolfe (2008) krijgen we een overzicht van pogingen om de juiste methode te volgen.

Aanvankelijk startte men door tienermoeders te vergelijken met ofwel hun leeftijdsgenoten ofwel oudere moeders. Al gauw kwam op deze methode kritiek omdat de ervaringen van de moeders in kwestie misschien eerder bepaald werden door hun voorgeschiedenis dan door de leeftijd waarop ze moeder werden. Een tweede generatie onderzoekers trachtte dan ook via regressieanalyse te controleren voor o.a. de opleiding van de ouders van de tienermoeder, de inkomen van haar gezin van herkomst, de familiesamenstelling van dit gezin e.a., karakteristieken die allemaal een invloed hebben op de ontwikkeling van een tiener. Intussen vermoedt men echter dat het onmogelijk is om alle bepalende factoren in rekening te brengen. Koerswijzigingen drongen zich op. Een volgende poging bestond uit het ten eerste controleren voor de achtergrond van de jongeren en ten tweede enkel meisjes die zwanger werden op te nemen in het onderzoek. De onderzoeksgroep werden dan de meisjes die moeder werden, de controlegroep zij die wel zwanger werden in hun tienerjaren, maar omwille van een abortus of een miskraam, geen moeder werden. Toen duidelijk werd dat de meeste meisjes die voor abortus kiezen uit meer gegoede milieus komen dan meisjes die moeder worden, bleef hetzelfde probleem overeind: wanneer weet je dat je controleert voor alle betekenisvolle achtergrondfactoren? Hotz, McElroy en Sanders (2005) waren de eersten die de controlegroep beperkten tot meisjes die een miskraam meemaakten, ervan uitgaand dat zij qua achtergrond meer aansluiten bij de jonge moeders, dan dat abortuscliëntes dat doen.

Tienermoederschap heeft negatief effect op later loon en de kans op een einddiploma middelbaar onderwijs, maar niet op behalen van alternatief diploma of krijgen van overheidssteun

De auteurs van het artikel dat we hier wensen te bespreken gaan een stap verder (Fletcher & Wolfe, 2008). Ze gaan er ten eerste van uit dat miskramen niet louter door toeval bepaald worden, maar bijvoorbeeld ook door omgevingsfactoren. Die omgevingsfactoren betrekken ze in hun onderzoek door statistieken te gebruiken waaruit duidelijk wordt wat het percentage miskramen is in elke buurt. Dit buurtgegeven nemen ze als verklarende factor mee in hun analyse. Ten tweede sluiten ze niet uit dat sommige van de meisjes die een miskraam meemaken, voor abortus hadden gekozen als er geen miskraam was geweest, wat zou impliceren dat ze uit meer gegoede milieus komen. Ze beperken hun controlegroep tot meisjes die een late miskraam meemaken, veronderstellend dat kiezen voor abortus na de vastgestelde periode (8 weken) zeldzaam is. Ze houden dus enkel meisjes over die moeder werden of moeder zouden geworden zijn als ze daarin niet verhinderd werden door een miskraam. In principe moet het hier gaan om meisjes met een gelijkaardige socio-economische achtergrond.

De resultaten van hun onderzoek, op basis van een grote en representatieve Amerikaanse longitudinale dataset (Add Health), zijn opmerkelijk. Stapsgewijs volgens ze de verschillende vernauwingen van de controlegroep zoals hierboven besproken. Met elke specificatie blijken de controlegroep en de onderzoeksgroep dichter bij elkaar te komen qua gevolgen op vlak van scholing en loon tijdens de jongvolwassenheid. Als de moeders vergeleken worden met de meisjes met een late miskraam, dan blijkt er alleen een relatief groot verschil met betrekking tot loon te bestaan en een klein verschil met betrekking tot de kans om een einddiploma te halen. Er werd geen verschil gevonden met betrekking tot het krijgen van uitkeringen of het behalen van een GED (General Educational Diploma = een alternatief voor het einddiploma van het middelbaar onderwijs in Amerika). De auteurs kunnen dus besluiten dat de effecten van tienerouderschap bestaande, maar eerder beperkt zijn en leveren een belangrijke bijdrage aan het debat omtrent oorzaak en gevolg van deprivatie bij tienermoeders.

Hotz, V.J., McElroy, W.S., Sanders, S.G. (2005). Teenage Childbearing and its Life Cycle Consequences: Exploiting a Natural Experiment. Journal of Human Resources, 40: 683-715.
Fletcher, J.M., Wolfe, B.L. (2008). Education and Labor Market Consequences of Teenage Childbearing: Evidence Using the Timing of Pregnancy Outcomes and Community Fixed Effects. Discussion Paper Centre for Economic Policy Research, 573.
Actueel: TIENERABORTUSSEN IN DETAIL

Het meisje waarover Amanda Palmer zingt in ‘Oasis’ ondergaat een abortus naar aanleiding van een verkrachting. In België zijn er per jaar slechts een 12tal tieners die verkrachting of incest noemen als een reden voor hun abortus. Hieronder geef ik een aantal van de karakteristieken van de jongste abortuscliëntes in België.

In 2007 kozen 2708 meisjes jonger dan 20 jaar voor een abortus (zie blogbericht 'abortuscijfers 2006 en 2007' (januari 2009)). Dat is 15% van alle abortuscliëntes. Tussen 2002 en 2005 kwam slechts 14% uit deze leeftijdscategorie. De stijging is het hoogst bij de 10 tot 14 jarigen. Op 6 jaar tijd steeg hun proportie gemiddeld met 8,2%. Bij de 15-19jarigen was dit slechts 0,8%. Wel gaat het bij de jongste tieners in 2007 slechts over 108 abortussen. Bij zulke klein aantallen, is elke verandering een grote verandering.

Tieners kiezen meestal voor abortus omwille van persoonlijke moeilijkheden, ze gebruikten meestal geen voorbehoedsmiddel bij conceptie en kiezen meestal voor een ingreep in een abortuscentrum.

De 10 tot 14 jarigen geven meestal (90%) persoonlijke redenen op voor hun abortus. Deze persoonlijke redenen kunnen zijn: te jong, te oud, studente, alleenstaand, momenteel geen kinderwens, voltooid gezin. Ook bij de 15 tot 19jarigen overheerst de persoonlijke noodsituatie (77-78%). Tevens meldden veel van de meisjes relationele problemen (13%). Relatieproblemen kunnen zijn: relatie onlangs verbroken, partner aanvaardt de zwangerschap niet, occasionele relatie, te recente relatie, buitenechtelijke relatie, partnerrelatiemoeilijkheden, relatiemoeilijkheden met de omgeving, juridische problemen i.v.m. de echtscheiding. De ingeroepen noodsituatie van tieners verschilt hiermee enigszins van de algemeen ingeroepen noodsituatie. Van alle redenen die er voor een abortus in België worden opgegeven is 54% persoonlijk, 25% relationeel en 14% materieel.

De oudste tieners verschillen niet zo erg van de gehele groep wat het gebruikte anticonceptiemiddel betreft. 42 tot 43% gebruikte geen anticonceptie, 26 tot 27% gebruikte de pil en 23 tot 24% gebruikte een condoom. Bij de 10 tot 14jarigen is het beeld anders: 51 tot 62% gebruikte niets bij conceptie en 29 tot 37% gebruikte een condoom.

Met betrekking tot de abortusmethode is er niet zoveel verschil tussen de tieners en de oudere vrouwen. 73 tot 82% van de tienerabortussen gebeurt via een vacuümaspiratie en 11 tot 15% via mifepristone (abortuspil). Ook de keuze tussen een abortus in een centrum of in een ziekenhuis is gelijklopend voor tieners als voor alle vrouwen. 82 tot 86% van de tieners kiest voor een abortus in een centrum.

Nationale Commissie voor de Evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de
Zwangerschapsafbreking (2008). Verslag ten behoeve van het parlement. 1 januari 2006 - 31 december 2007, Brussel.
ABORTUSCIJFERS 2006 EN 2007

Op donderdag 21 januari werden de recentste abortuscijfers bekendgemaakt in de senaat. De belangrijkste vaststelling is dat, sinds de goedkeuring van de abortuswet in 1990, het relatieve aantal abortussen jaarlijks licht blijft stijgen (gemiddeld 3%). In 2005 bedroeg het abortuscijfer per 1000 vrouwen tussen 10 en 55 jaar in België 5,3 (16.696 abortussen). In 2007 was dit 5,9. Er werden in 2007 18.705 abortussen geregistreerd in België.
Het typische profiel van een abortuscliënte blijft in 2007 ongewijzigd. Een vrouw die voor abortus kiest heeft het meeste kans om tussen 20 en 30 jaar oud (48%), ongehuwd (66%) en kinderloos (48%) te zijn.

Het aantal abortussen onder tieners bleef in 2006 en 2007 stijgen. In 2007 kozen 2708 jongeren onder de 20 voor een abortus.

Ook onder de tieners stijgt het abortuscijfer. In 2007 kozen 8,2 meisjes op de 1000 meisjes tussen 15 en 19 jaar voor een abortus. Bij de tieners onder de 15 jaar is dat 0,4 op de 1000. Wel stellen we vooral in deze zeer jonge leeftijdsgroep een sterke stijging vast. Uit andere berekeningen weten we dat het relatieve aantal bevallingen voor deze leeftijdsgroep in 2007 constant gebleven is op minder dan 0,1 bevallingen per 1000 meisjes. Dit betekent dat binnen deze leeftijdsgroep de zwangerschappen zijn toegenomen en dat het evidenter was dan de vorige jaren om voor abortus te kiezen. Vorige jaren eindigde 1 vierde tot 1 zesde van de zwangerschappen in een bevalling. In 2007 was dat voor het eerst slechts een zevende. Concreet schommelde het aantal abortussen bij de zeer jonge tieners de laatste jaren rond de 85. In 2007 werden 107 abortussen geregistreerd.
Het is te vroeg om deze stijging een trend te noemen, omdat het binnen deze jonge leeftijdsgroep om een kleine groep tieners blijft gaan, waardoor elke stijging of daling 'opmerkelijk' te noemen is.
In Duitsland werkte men in 2008 een groots onderzoek af naar abortus onder minderjarigen (zie www.bzga.de). In België is er amper tot niets bekend over het profiel van de jonge abortuscliëntes. Het wordt tijd dat de overheid initiatief neemt om deze leemte in te vullen, zodat het huidige preventiewerk kan aangepast worden aan deze doelgroep.

Deze cijfers zijn gebaseerd op een voorlopig rapport en worden aangepast zogauw ik het definitieve rapport in mijn bezit heb.

WETTEN MINDERJARIGEN EN REPRODUCTIEVE GEZONDHEID

Het Guttmacher Institute gaf begin januari een overzicht vrij van de wetten over de reproductieve gezondheid van minderjarigen in Amerika. De onderwerpen die ons interesseren zijn abortus, prenatale zorg en de rechten als ouder van minderjarigen. Het valt onmiddellijk op dat de wetgeving in Amerika sterk verschilt van deze in België.
Amerika heeft specifieke wetten over minderjarigen en zwangerschap. België niet.
Zo eisen 34 van de 50 Amerikaanse staten dat ten minste één van de ouders betrokken is bij de keuze voor een abortus van een minderjarige. Dit kan door toestemming te geven of door op de hoogte te zijn of beide. Eventueel kan een jongere ook toestemming krijgen via de rechtbank of via een grootouder. Tevens zijn er situaties waarbij de procedure via de ouders niet gevolgd moet worden, zoals een medische noodzaak of geweldpleging. Slechts 15 staten hebben, net zoals België, geen bepalingen in verband met de ouders van minderjarigen opgenomen in de abortuswet. In België kan een minderjarige dus vrij van elke goedkeuring van derden tot een abortus overgaan.

In de meeste staten worden alle minderjarigen in Amerika, zonder verdere vereisten, expliciet toegelaten tot de prenatale zorg. Soms is deze toelating afhankelijk van de leeftijd, andere keren van de maturiteit van de jongere. 15 staten hebben, zoals België, geen specifieke bepalingen hierover. In België valt prenatale zorg bij minderjarigen onder artikel 12, van de Wet betreffende de rechten van de patiënt van 2002. De ouder van een minderjarige is verantwoordelijk voor de gezondheid van de jongere.

Voor de keuze voor abortus worden de meeste minderjarigen in Amerika afhankelijk gesteld van hun ouders. In het ouderschap is dat veel minder het geval. Slechts in 10 staten mogen tienerouders niet zelf beslissen over een adoptie van hun kind. Meestal krijgen ze daar expliciet de toelating voor. Andere keren zijn er geen expliciete bepalingen, net zoals in België. In België zijn er vereisten inzake leeftijd voor de adoptieouders, maar niet voor de afstandsouders.
In België is een ouder verantwoordelijk voor de medische zorgen van een minderjarig kind (zie hierboven). Over de medische zorgen voor het kind van die minderjarige is er niets opgenomen in de patiëntenwet. In Amerika zijn er 30 staten die expliciet stellen dat een minderjarige kan beslissen over de gezondheidsvoorzieningen voor haar of zijn eigen kind.

De verschillen tussen Amerika en België zijn voornamelijk ingegeven door een andere gevoeligheid voor tienzwangerschap en -ouderschap. In Amerika liggen de zwangerschapscijfers erg hoog en is het taboe betreffende jongeren en seksualiteit groter dan in België. Ex-president Clinton zag de preventie van tienerzwangerschap als één van de hoofddoelen van zijn beleid.
Het volledig ontbreken van elke Belgische wetgeving met betrekking tot minderjarigen en dit deel van de reproductieve gezondheid is echter een lacune. Het kan nuttig zijn om te onderzoeken of dit gebrek voor moeilijkheden zorgt in de praktijk.

Literatuur:
  • Guttmacher Institute (2009). Minors' Access to Prenatal Care. Policy in Brief.
  • Guttmacher Institute (2009). Minors' Rights as Parents. Policy in Brief.
  • Guttmacher Institute (2009). Parental Involvement in Minors' Abortions. Policy in Brief.

Algemene informatie tienerzwangerschap

  • Enkele cijfers
  • Gepland of ongepland
  • Abortus of ouderschap
  • Gevolgen
  • Begeleiding
  • Top 5 literatuur tienerzwangerschap
  • Links binnenland
  • Links buitenland
  • Archief 'actueel'

Enkele cijfers (uitgebreidere cijferreeksen op te vragen)

In 2007 bevielen in België 2837 meisjes jonger dan 20 jaar. 2708 tieners lieten een abortus uitvoeren. In 2007 waren er dus 5545 tienerzwangerschappen bekend. Daarbij dient nog een klein percentage miskramen gerekend te worden.
Als we deze cijfers vergelijken met het aantal meisjes tussen 10 en 20 in België dan werden in 2007 5 op de 1000 meisjes moeder, 4 op de 1000 meisjes maakten een abortus mee en 9 op de 1000 meisjes werden zwanger. De voorbije 11 jaar fluctueert het zwangerschapscijfer tussen de 8 en de 9. In 2007 werd, op 2000 en 2001 na, het hoogste zwangerschapscijfer genoteerd.
Er zijn sterke gewestelijke verschillen. In Vlaanderen worden 7 per 1000 meisjes zwanger, in Wallonië 10 en in het Brussels hoofdstedelijk gewest 19. In Vlaanderen kiezen tieners vaker voor het moederschap dan voor abortus. In Brussel is dat net omgekeerd en in Wallonië kiezen ze ongeveer even vaak voor geboorte als voor abortus.
Hoe ouder een meisje, hoe meer kans zij heeft op een zwangerschap. Minderjarige meisjes hebben 4 duizendste kans om zwanger te worden. Meerderjarige meisjes daarentegen 29 duizendste. Hoe ouder de zwangere meisjes zijn hoe groter ook de kans dat zij hun zwangerschap uitdragen.
Het bevallingscijfer en het abortuscijfer evolueren elk jaar meer naar elkaar toe. In 1996 eindigden slechts 1 op de 3 van de zwangerschappen in een abortus, nu is dat bijna de helft.
Deze cijfers zijn gebaseerd op cijfers verkregen van het SPE, het ONE en het observatorium voor Gezondheid en Welzijn, op rapporten van de evaluatiecommisie inzake de abortuswet van 1990 en op bevolkingscijfers van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (vroegere NIS).
Uitgebreidere analyses of uitleg kunnen opgevraagd worden.

Gepland of ongepland

Over de oorzaken van tienerzwangerschap is veel discussie. Er is een verschil tussen ongeplande zwangerschappen en (semi-)geplande zwangerschappen. Ongeplande zwangerschappen kunnen het gevolg zijn van het niet gebruiken van anticonceptie door beperkte kennis, door een gevoel van persoonlijke onfeilbaarheid wat een zwangerschap betreft, door communicatiemoeilijkheden over anticonceptie met de partner, door vooroordelen ten opzichte van bepaalde anticonceptiva of gedwongen (onveilige) seks. Ook kan anticonceptie fout gebruikt worden of falen. Ten slotte kan een jongere nonchalant zijn in het gebruik van anticonceptie omdat hij of zij het eigen risico op zwangerschap moeilijk kan inschatten of omdat hij of zij geen regelmaat vindt in het plannen van het eigen leven en het gebruiken van anticonceptie. Vanzelfsprekend is deze lijst niet exhaustief.
Een semigeplande tienerzwangerschap is een zwangerschap van een tiener die het niet als een prioriteit ziet om een zwangerschap te voorkomen. Een geplande zwangerschap is een zwangerschap waarnaar sterk verlangd wordt door de tiener. Men schat dat ongeveer een derde van de tieners die ervoor kiezen om hun zwangerschap uit te dragen (semi)gepland zwanger werd. Het betreft hier voornamelijk oudere tieners, met een partner en zonder duidelijke toekomstplanning.

Abortus of ouderschap

Er is een opmerkelijk verschil in de karakteristieken van meisjes die voor abortus en die voor het uitdragen van de zwangerschap kiezen. Meisjes die voor het ouderschap kiezen zijn ouder, armer, lager geschoold, staan negatiever ten opzichte van abortus en kennen anderen in hun familie of kennissenkring die vroeg moeder werden. Het lijkt erop dat voor hen een kind minder een obstakel vormt voor het uitbouwen van de eigen toekomst. Toch mag de keuze voor het kind niet als een negatieve keuze gezien worden, bij de meeste jonge moeders is de positieve keuze voor een kind sterker dan het vlucht- of compensatiemotief dat vaak vermoed wordt bij jonge ouders.

Gevolgen

Ook over de gevolgen van zowel abortus als ouderschap is veel onduidelijkheid. De meeste onderzoekers en begeleiders vermoeden dat negatieve ervaringen van tienerouders meer te maken hebben met de achtergrond van de tiener (armoede, opleiding, sociale vaardigheden, persoonlijke problematiek), dan met het ouderschap zelf. Enkel als een tiener erg jong is, zal het beperkte ontwikkelingsniveau de binding met het eigen kind bepalen.
Er is weinig onderzoek naar de gevolgen van abortus bij tieners. We vermoeden dat ongeveer 1/4e nadien moeite heeft met de abortus. Dit gaat van af en toe een neerslachtige bui of woedeaanval tot zware trauma-ervaringen en rouwverwerking. In hoeverre verwerkingsproblemen bepaald worden door de abortus, de omstandigheden van de abortus of factoren los van de abortus is niet duidelijk. Opvallend is dat vele tieners, die al niet van bij de start een vertrouwenspersoon hebben, pas in hun volwassenheid of bij een nieuwe zwangerschap over de abortus praten.

Begeleiding

Weinig meisjes zoeken na een abortus hulp. Vaak hebben zij genoeg aan een persoon die hen de ruimte geeft om zo veel als zij willen stil te staan bij hun voorbije ervaringen. Als er meer nodig is, kunnen meisjes terecht bij het cRZ.
Ook tienerouders zoeken niet vaak hulp. Zij trekken hun plan. Het ouderschap lijkt een verantwoordelijkheidsgevoel op te roepen dat hen een extra stimulans geeft om hun leven op orde te houden. Tevens kunnen de meeste tienermoeders rekenen op een ruim ondersteuningsnetwerk (ouders, familie, vrienden). Ten slotte kan het zijn dat de mama’s zich sterker voordoen dan ze zijn omdat ze het gevoel hebben dat ze zich moeten bewijzen. Meisjes die wel hulp zoeken, hebben meestal zeer concrete vragen. Een overzicht van organisaties die tienerouders ondersteunen is te vinden in het vademecum ongeplande zwangerschap van het cRZ.

Literatuur tienerzwangerschap (uitgebreidere thematische bibliografie op te vragen)

  • Berthoud, R., Robson, K. (2001). The Outcomes of Teenage Motherhood in Europe. Innocenti Working Papers. Report: WP-86. 72pp. Jul 2001.
  • Furstenberg, F. F. (2007). Destinies of the Disadvantaged: The Politics of Teenage Childbearing (p. 203). Russell Sage Foundation Publications.
  • Kane, R., Wellings, K. (1999). Reducing the Rate of Teenage Conceptions. An International Review of the Evidence: Data from Europe. London: Health Education Authority.
  • Kirby, D. (2002). Effective approaches to reducing adolescent unprotected sex, pregnancy, and childbearing. Journal of Sex Research, 39(1), 51-7.
  • Moore, M.R., Brooks-Gunn, J. (2002). Adolescent Parenthood. In M.H. Bornstein (ed.), Handbook of parenting Second Edition: Vol. 3. Being and Becoming a Parent. Mahwah: Lawrence Erlbaum Associates, p. 173-214.
  • van Berlo, W, Wijsen, C., Vanwesenbeeck, I. (2005). Gebrek aan regie. Een kwalitatief onderzoek naar de achtergronden van tienerzwangerschappen. Utrecht: Rutgers Nisso Groep.